Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

GRATIS toegang
voor professionals:
nog dagen
Registreer HIER!
sluiten X

Herwaardering van ambachtelijke kennis sleutel tot high-tech kennis en nieuwe inzichten

Fieldlab Efficiënt Bouwen met Hout


Dr. ir. Christian Struck, Lector Sustainable Building Technology van Hogeschool Saxion en Alfred Evers, bedenker en medeontwerper van de mbo-opleiding Technicus Hout en Restauratie aan ROC van Twente, hebben hun krachten gebundeld in Fieldlab Efficiënt Bouwen met Hout. Binnen dit fieldlab werken de houtexperts samen met Universiteit Twente, mbo-, hbo- en wo-studenten en het bedrijfsleven aan het opzetten van een integrale kennisketen met betrekking tot hout als bouwmateriaal.

Alfred Evers vertelt dat de bouw zich als sector een jaar of tien geleden als af betitelde. “Ik was een andere mening toegedaan. Daarom ben ik met een groepje medestanders naar het Ministerie van Onderwijs gegaan om houtbouw als ambacht onder de aandacht te brengen. Inmiddels bestaat de hieruit voortgevloeide mbo-opleiding alweer zeven jaar en ben ik een jaar geleden het avontuur met Christian aangegaan.”


Alfred Evers

Theorie aan praktijk verbinden

“Grote bedrijven hebben veel invloed op de inhoud van de opleidingen, ze zwaaien in het onderwijs de scepter. Dat resulteert in een scheiding tussen theorie en praktijk, terwijl er mensen nodig  zijn die voor beide willen gaan. Er zijn genoeg mensen van een hoog niveau die niet alleen achter een bureau willen zitten en er zijn andersom veel vakkrachten die hun cognitieve vermogen willen inzetten om de sector te verbeteren. Die bruggen proberen wij te slaan.”

“Er is sprake van een disconnect tussen hoofd en handen,” bevestigt Struck. “We hebben niet alleen de handjes nodig, maar ook de handjes die zelfstandig tot nieuwe inzichten kunnen komen. Wij prikkelen deze groep. Het fieldlab is opgericht om met elkaar in gesprek te gaan over wat er nodig is om hout efficiënter toe te passen.”


Christian Struck

Het belang van houtconstructies

Struck legt uit dat we tijdens de productie van beton en staal ontzettend veel emissies genereren. “Bij hout werkt het precies andersom: het heeft CO2 nodig om te kunnen groeien. Zolang we hout niet verbranden, blijft het deze CO2 vasthouden. Dit kenmerk is al reden genoeg om hout op grotere schaal toe te passen. Laat staan wanneer je ook de andere voordelen als de belevenis door het materiaal en de gemakkelijke verwerking ervan meenemen. Neem Mjøstårnet in Noorwegen. Dit houten gebouw wordt tachtig meter hoog. Qua dimensionering is er al zoveel mogelijk.”

“De hernieuwbaarheid is ook een noemenswaardig voordeel,” vult Evers aan. “Alleen het kennisniveau blijft achter. Er zijn zelfs bedrijven die aangeven in bepaalde gemeenten niet in hout te willen bouwen vanwege de gebrekkige kennis aan de kant van de vergunningenverstrekker. Het is eigenlijk bizar dat we die kennis onderweg kwijt zijn geraakt. Oorspronkelijk bouwden we immers alles met hout. En we leren dus ook te weinig van houtbouwlanden als Japan en Duitsland. Zeker op het gebied van losmaakbaarheid. Eigenlijk zit elke partij met zijn handen in het haar. De architect wijst naar de constructeur die weer naar de aannemer kijkt. Daar willen we met ons consortium, dat een landelijk karakter begint te krijgen, vanwege belangstelling van meerdere bedrijven en instellingen verandering in brengen.”

Over houtverbindingen en knooppunten

Evers vertelt dat losmaakbaarheid enorm belangrijk is. “De circulaire economie die we nastreven vraagt om het opnieuw inzetten van gebruikte materialen. Losmaakbaarheid is daarom ontzettend belangrijk en daar zijn biobased verbindingen voor nodig. Ondanks de met elkaar afgesproken doelen grijpen de meeste bouwers nog steeds naar staal, ingegeven door de beschikbare kennis. Terwijl wij juist inzetten op geleerde lessen uit het verleden. Het onderwijs heeft ambachtprofessoren nodig. Kijk naar de gebouwen van enkele eeuwen oud. Die verbindingen hebben zich volop bewezen. Toentertijd was het maken van genoemde verbindingen erg arbeidsintensief, tegenwoordig hebben we computergestuurde machines en BIM, dus we kunnen vrij eenvoudig fabrieksmatig opschalen. ICT is de sleutel.”

Struck vertelt dat zowel pen-en-gat- als zwaluwstaartverbindingen met moderne apparatuur te maken zijn. “Het leuke is dat veel relatief kleine bedrijven het al hebben opgepakt. En afgelopen week werd ik tijdens een bezoek aan Dura Vermeer blij verrast, want deze grote speler in onze sector is voornemens om in hun conceptwoningen zwaluwstaartverbindingen toe te passen. Met een beetje durf en de juiste berekeningen is het gewoon mogelijk.”

Wat is er nodig om het vliegwiel op gang te brengen?

Beide heren bevestigen dat kennis een van de antwoorden op deze vraag is. “Er zijn mensen die denken dat houten gebouwen brandbaarder zijn dan gebouwen van staal, terwijl laatstgenoemd gebouw toch echt sneller in elkaar flikkert,” vertelt Evers op felle toon. “De vooroordelen moeten van tafel. En ook de lobbycircuits voor steen, staal en beton zijn wat mij betreft overbodig.”

Aanvullend vertelt Struck: “In de markt spelen andere dynamieken en krachtenvelden dan in het onderwijs. Hogescholen kunnen op een onafhankelijke manier kennisopbouw bevorderen en spelen daarom een belangrijke rol richting de toekomst. Daar leiden we onze studenten ook voor op. Naast kennis is ook overheidsbemoeienis wenselijk. In veel opzichten -denk aan subsidiering en in het opdrachtgeverschap- neemt het onderwijs ook al het voortouw. Een krachtig statement zou de kers op de taart zijn. Het lijkt me geweldig als de overheid zou bepalen dat al haar toekomstige overheidsgebouwen in hout gerealiseerd moeten worden. In Amsterdam gebeurt er overigens al veel: vanaf 2025 is 20% van de woningproductie in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) van hout en andere biobased materialen. Een voorbeeld voor de rest van Nederland!?”

Ga terug