Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

Rob Verhaegh: 'Als we duurzamer willen ontwerpen, is kennis van de uitstoot onmisbaar'

Hoe Paris-proof is houtbouw?


In 2015 committeerden 195 landen zich aan een klimaatdoel van maximaal anderhalve graad opwarming. Lange tijd was het onduidelijk op welke wijze de afspraken van Parijs vertaald konden worden naar meetbare doelstellingen voor de gebouwde omgeving. Met de CO2-budgetbenadering volgens het Paris Proof Materiaalgebonden Rekenprotocol van DGBC & NIBE is er duidelijkheid gekomen op dit gebied. De resultaten liegen er niet om: als we op dezelfde wijze door blijven bouwen, zijn we voor 2030 al door ons budget heen.

Sinds 2015 is er veel veranderd. De gebouwde omgeving is energiezuiniger geworden en langzaam op weg om helemaal energieneutraal te worden. Een goede ontwikkeling, maar het ontbreekt aan focus op het bouwen zelf. Op het gebied van materiaalgebruik bijvoorbeeld, is er maar weinig vooruitgang geboekt. Sterker nog, de milieu-impact die het gebruik van bouwmaterialen veroorzaakt, is in de sector in de afgelopen negen jaar niet of nauwelijks verminderd. Aanleiding voor Adviesbureau Lüning om de CO2-uitstoot van haar eigen ontwerpeninzichtelijk te maken. We praten erover met adviseur houtconstructies Rob Verhaegh. “We hebben als bouwsector ons deel van het CO2-budget bijna verbruikt.”

Lekker bezig

“Als specialist in houtconstructies heb je al snel het gevoel dat je lekker bezig bent. En dat klopt natuurlijk ook. Althans, je bent vrijwel automatisch lekkerder bezig dan partijen die in staal of beton ontwerpen. Houtbouw wordt immers gekenmerkt door een lage CO2-uitstoot en slaat CO2 zelfs langdurig op. Maar ook in houten gebouwen zitten vaak betonnen delen. Een vloer, fundering of een hele kelderbak, je komt het in vrijwel elk project tegen. Wanneer je daar als houtbouwer geen aandacht voor hebt, kan het Paris Proof-sentiment omtrent houtbouw zomaar onterecht zijn.”

Bewustwording

Verhaegh vertelt dat het Paris Proof Constructies jaarverslag van 2022 het eerste wapenfeit van Adviesbureau Lüning op het gebied van CO2-berekeningen was. “Vanuit daar zijn we veel bewuster naar projecten gaan kijken. “Voor een van de eerste projecten die we doorrekenden waren we overtuigd van een mooie score: er was immers naar eer en geweten ontworpen in een team waarin de duurzaamheidsambities breed gedragen werden. Onze Paris Proof berekening drukte ons echter met de neus op de feiten: de zwaargewapende betonvloer deed een groot deel van de voordelen van de houten bovenbouw teniet.” Deze bewustwording is voor ons constructeurs een ontwikkeling van de laatste jaren. CO2-budgetten zagen we namelijk tot voor kort helemaal niet als onderdeel van ons domein, terwijl onze beroepsgroep juist een enorme invloed heeft op materiaalkeuze en -gebruik.” Adviesbureau Lüning sluit haar ogen overigens niet voor de behoefte aan andere materialen in een project. “Wanneer we met elkaar accepteren dat we niet alles van hout kunnen maken, moeten we ook accepteren dat we materialen als beton nodig hebben Een aantal van onze zusterbedrijven maakt zich hard voor het verlagen van CO2-uitstoot van beton. Een focus waar wij vanzelfsprekend erg content mee zijn.”

Het verschil maak je aan de ontwerptafel

Duurzaamheidsberekeningen zijn tot vooralsnog vooral het domein van de bouwfysisch adviseur. “Gek eigenlijk, want als constructeur moet je begrijpen hoe jouw keuzes de CO2-uitstoot beïnvloeden. Wanneer we duurzamer willen ontwerpen, zullen we moeten kwantificeren: waar zit de uitstoot eigenlijk binnen ons ontwerp? Zonder die kennis kunnen we niet verbeteren. Overigens zie ik een verdiepingsslag op dit gebied niet als een probleem: constructeurs zijn gewend aan werken met getallen, dit type berekeningen ligt binnen onze comfortzone.” Stap een is dus bewustwording bij de ontwerper zelf, daarna volgt volgens Verhaegh het gesprek. “Wij hebben besloten dat we voor elk project een Paris Proof-berekening doen. Zo kunnen we de impact ook voor onze opdrachtgevers inzichtelijk maken en tegelijkertijd leren van de data. Wat presteert goed en wat minder? Het is in elke fase van het ontwerp nuttig om een dergelijke berekening te maken. In de startfase van een traject heb je nog veel invloed: hoe dik maken we de vloeren, hoe positioneren we de kolommen, hoe hoog wordt het gebouw? Veranderingen in deze fase kunnen een enorme impact hebben. Met andere woorden: aan de ontwerptafel maken we het verschil! Daarom hoop ik op een derde stap: het aanhaken van alle andere betrokken adviseurs zodat we een volledig Paris Proof-ontwerpproces kunnen realiseren.”

“Wat we doen, is in mijn ogen niet revolutionair, maar wel nodig. Terugkomend op dat gevoel van lekker bezig zijn: nu kunnen we het kwantificeren en ervan leren. Doe vooral mee!”

Meer informatie: luning.nl.

Ga terug