Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

GRATIS toegang
voor professionals:
nog dagen
Registreer HIER!
sluiten X

Hybride bouwen vraagt om gezond verstand en lef

Architect Jan Nauta over het afwegen van materialen en het belang van toekomstwaarde in hybride ontwerpen

 

De opgave voor de bouwsector is de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. Het gaat allang niet meer alleen om aantallen woningen of vierkante meters. De focus ligt ook op footprint, toekomstwaarde en aanpasbaarheid. Voor architect Jan Nauta is dat precies de context waarin hybride bouwen met hout betekenis krijgt. ‘We ontwerpen niet meer alleen voor nu,’ zegt hij. ‘We ontwerpen voor een toekomst die we niet kennen, maar waarvan we wél weten dat gebouwen zich moeten kunnen aanpassen. Materiaalkeuze speelt hierin een cruciale rol. En voor sommigen is het als vloeken in de kerk, maar dat kan betekenen dat je niet voor uitsluitend hout kiest.’

Niet alleen voor nu ontwerpen
Volgens Nauta is de bandbreedte in het ontwerpproces groter geworden. ‘We kijken naar de CO₂-impact, naar de MPG, maar geven ook antwoord op de vraag hoe je een gebouw goed kunt transformeren en hoeveel energie het kost om het aan te passen. Die onzichtbare implicaties wegen steeds zwaarder mee.’ Houtbouw wordt daarbij vaak gepresenteerd als dé oplossing. Nauta nuanceert dat beeld. ‘Kort door de bocht zeggen dat houtbouw het antwoord is op elk probleem, klopt gewoon niet. Er zijn situaties waarin staal en beton echt meerwaarde bieden. Denk aan situaties waarbij waterdichting en brandveiligheid extra aandacht verdienen of situaties waar robuustheid of grote overspanningen vereist zijn. Dan is het goed te verantwoorden dat je traditionele materialen inzet.’ Juist in die afweging schuilt volgens hem de essentie van hybride bouwen.

Generositeit in structuur
Nauta omlijst de afweging met een voorbeeld. ‘Neem de bouw van een school. Als je lokalen van 50 tot 60 vierkante meter wilt maken, kan het zinvol zijn om met een beetje staal grotere overspanningen mogelijk te maken. Daarmee waarborg je gebruikskwaliteit én toekomstwaarde.’ Hij benoemt die toekomstwaarde als generositeit in de structuur. ‘De toekomst kennen we niet, maar we weten dat gebouwen met een zekere overmaat zich beter laten aanpassen. Die generositeit blijkt altijd iets waard. Daarom juich ik in sommige projecten een hybride constructie nadrukkelijk toe.’ Dat betekent niet dat de keuze lichtvaardig wordt gemaakt. Integendeel. ‘Het klinkt misschien zwaar, maar het ís ook een zware keuze. Als we een houtbouwproject doen en we besluiten staal of beton toe te voegen, dan ligt dat echt op de weegschaal. Is het te verantwoorden? Het moet logisch zijn.’

Hoogbouw als lakmoesproef
Momenteel werkt Nauta aan een van 130 meter hoge woontoren in Rotterdam. Daar wordt bewust beton aan de constructie toegevoegd. ‘Om aan de brandeisen te voldoen kun je werken met drie lagen gips, maar ook gips is milieubelastend. Bij gebruik van dat materiaal hef je een deel van de voordelen van hout weer op. Met beton in de constructie kunnen we dat voorkomen.’ Die keuze raakt meerdere thema’s tegelijk. ‘Het gaat om MPG, om brandveiligheid, om flexibiliteit. Met beton kun je grotere overspanningen maken. Dat heeft weer invloed op de indeelbaarheid en de toekomstwaarde. Zo’n beslissing raakt dus veel meer dan alleen de draagconstructie.’

Volgens Nauta lenen sommige gebouwen zich wél uitstekend voor volledig hout. ‘Alles wat grondgebonden is, kun je in mijn ogen gewoon in hout maken. Dat is laaghangend fruit. Het is eigenlijk niet meer uit te leggen dat je daar nog beton, kalkzandsteen of staal gebruikt.’ Bij appartementen ziet hij een grens rond acht lagen. ‘Tot die hoogte kunnen we het heel goed in hout oplossen, met hier en daar een stalen latei. Boven die acht verdiepingen wordt het ingewikkelder. Dan zie je dat er bij de keuze voor uitsluitend hout vaak te veel wordt ingeleverd op andere kwaliteiten. Denk aan extra kolommen en zware brandveiligheidsmaatregelen zoals sprinklers. Dan moet je je afvragen of houtbouw nog het enige doel moet zijn.’

Tussen twee kampen
In het debat over houtbouw ziet Nauta twee uitersten. ‘Aan de ene kant zijn er collega’s die valide argumenten hebben om hoge appartementengebouwen die tweehonderd jaar moeten staan in beton te maken. Zij komen met argumenten die kan ik volgen. Aan de andere kant heb je partijen die voor honderd procent hout gaan, zoals bij SAWA in Rotterdam. Prachtig project, goed voor de profilering van hout en een super belangrijk initiatief.’ Toch plaatst hij daar een kanttekening bij. ‘We moeten voorzichtig zijn. Als er dingen misgaan of de kosten lopen te hoog op, kan dat de reputatie van hout schaden. Dat helpt niet om meer voor de hand liggende houtbouwprojecten van de grond te krijgen.’

Zelf positioneert hij zich nadrukkelijk in het midden. ‘Ik spreek als architect, niet als constructeur of duurzaamheidsadviseur. Wij moeten een breed palet aan ambities waarborgen. In dat web van technische argumenten is gezond verstand essentieel. Uiteindelijk moet het gewoon logisch zijn.’

Het voelbare verschil
Die logica is niet alleen technisch. ‘Gevoel speelt ook een rol. Ik zie dat je met houtbouw gebruikers echt kunt raken. Als iets logisch aanvoelt, wordt het ook omarmd.’ Hij verwijst naar een schoolproject in Leeuwarden, een aanbouw aan een bestaand gebouw. ‘We hebben de houten constructie in het zicht gehouden. Daardoor wordt het gebouw leesbaar en begrijpelijk.’ Daarnaast wijst hij op onderzoek van een Amerikaanse universiteit naar de relatie tussen bouwmaterialen en gedrag van kinderen. ‘Kinderen zijn vijf keer zo geneigd om in een gipswand te krassen of te tekenen dan in een houten wand. Er lijkt een natuurlijke relatie te bestaan tussen mens en boom. Dat wekt respect op. Dat soort waarden kun je moeilijk in een Excel-sheet vangen, maar ze zijn wel degelijk relevant.’

Kennisdeling als versneller
In een tijd waarin houtbouw een vlucht neemt, noemt Nauta kennisuitwisseling cruciaal. Hij ziet HOUTBOUW als een belangrijk platform. ‘Zo’n evenement is essentieel. Het verbindt producenten, ontwerpers en bouwpartijen. Ook ons bureau gaat er naartoe om kennis op te halen en ervaringen te delen.’ Want juist in die uitwisseling, denkt hij, ontstaat de volwassenheid die houtbouw nodig heeft. Niet als dogma, maar als doordachte keuze binnen een bredere ontwerpvisie.

Ga terug