Houtbouw verzekeren begint aan de ontwerptafel
Michiel Ebeling Koning en Pieter Dijkstra over risicobeheersing in houtbouw.
Houtbouw maakt een enorme ontwikkeling door. Waar bouwen met hout jarenlang vooral werd toegepast in grondgebonden woningen, verschuift de aandacht nu steeds vaker naar grootschalige en gestapelde projecten. Die versnelling biedt kansen, maar brengt ook nieuwe risico’s en vraagstukken met zich mee. Vooral rondom brandveiligheid, vocht en verzekerbaarheid wordt intensief gezocht naar duidelijke richtlijnen en praktische handvatten.
Volgens Michiel Ebeling Koning, Director Construction en Pieter Dijkstra, Managing Director van risico- en verzekeringsspecialist Aon, is samenwerking daarin essentieel. Vanuit hun rol als verzekeringsmakelaar en risicoadviseur zien ze bij Aon dagelijks hoe belangrijk het is om verzekeraars, aannemers en opdrachtgevers al vroeg in het proces met elkaar te verbinden.
Verzekerbaarheid onder druk voorkomen
Volgens Ebeling Koning is houtbouw op zichzelf geen nieuwe ontwikkeling. De schaal en complexiteit veranderen echter snel. ‘Houtbouw is van alle tijden. Grondgebonden woningen bouwen én verzekeren we al sinds jaar en dag. Het wordt pas complex zodra je de hoogte in gaat. Waarom dat is? Omdat de impact enorm is zodra er iets misgaat. Die missers willen we voorkomen, net als in het gedrang komen van de verzekerbaarheid van dergelijke gebouwen.’ Juist daarom pleit hij ervoor om risico’s al in de ontwerpfase bespreekbaar te maken. ‘Zowel in de bouwfase als in de operationele fase moet een gebouw goed verzekerbaar kunnen blijven. Daarom kijken we samen met alle partijen hoe we in de ontwerpfase al kunnen bepalen wat belangrijk is.’
Leren van internationale schades
Dijkstra benadrukt dat verzekeraars niet bepalen hoe aannemers moeten bouwen, maar wel veel kennis hebben van schadegevallen en risico’s. ‘Wij kunnen zeker niet zeggen hoe aannemers moeten bouwen. Dat is de expertise van de bouwsector. Tegelijkertijd hebben wij veel kennis van zaken die misgaan. Daarom delen we die kennis ook, ondermeer via whitepapers zodat de sector daarvan kan leren.’. Volgens hem bestaat er nog veel onduidelijkheid rondom houtbouw. ‘In andere landen zijn grote schades geweest. We willen voorkomen dat houtbouw daardoor onterecht in een verdomhoekje terechtkomt.’
Die kennisdeling gebeurt steeds intensiever, onder meer via samenwerkingen met partijen als Building Balance, SWK en verzekeraars binnen de co-assurantiemarkt.
Brand én vocht zijn kritische factoren
Bij houtbouw gaat de aandacht vaak direct naar brandveiligheid, maar volgens Dijkstra vormt vocht minstens zo’n groot risico. ‘Vocht is zeker een aandachtspunt. Dat kan vocht zijn in gebouwonderdelen dat tijdens de bouw in het gebouw wordt opgesloten, maar ook waterschade tijdens of na de bouwfase. Waterschade is nu al de meest voorkomende schade op constructieverzekeringen. Bij houtbouw zijn de gevolgen daarvan vaak groter dan bij beton.’ Daarom pleit hij ervoor om verzekeraars en risk engineers vroegtijdig aan tafel te halen. ‘Laat onze risk engineers meekijken in het ontwerp, maar ook in de bouwmethode. Op die manier kun je ervoor zorgen dat een project verzekerbaar blijft. Je wilt niet in een situatie terechtkomen dat een gebouw wordt opgeleverd dat niet verzekerbaar is.’
Ook Ebeling Koning benadrukt dat praktische uitvoeringszaken grote invloed hebben op risico’s. ‘Als je hout onverpakt op de bouwplaats in de regen legt, weet je dat er risico op schade ontstaat. Daarom is er tijdens de bouw een heel nauwe samenwerking nodig tussen technische mensen van aannemers en technische mensen van verzekeraars.’
De markt werkt aan richtlijnen
Een belangrijk probleem is volgens beide heren dat duidelijke normen en richtlijnen nog volop in ontwikkeling zijn. Daardoor blijft het voor verzekeraars lastig om risico’s goed in te schatten. ‘Verzekeraars opereren het liefst op basis van data,’ zegt Dijkstra. ‘Alleen werkt dat lastig bij innovatie. Voor beton en staal is veel data beschikbaar, dus zijn risico’s beter te berekenen. Bij gestapelde houtbouw ontbreekt die ervaring nog grotendeels.’ Daarom wordt er vanuit de markt hard gewerkt aan nieuwe handvatten en richtlijnen. Ebeling Koning noemt onder meer de ontwikkeling van NTA 6125 en nieuwe richtlijnen voor projecten tot 35 meter bouwhoogte. ‘We proberen duidelijker te krijgen waar we het precies over hebben. We spreken bijvoorbeeld specifiek over hoogbouw en massieve houtbouw. Die definities zijn belangrijk. Zowel opdrachtgevers als verzekeraars moeten weten wat de basisvoorwaarden zijn om een project verzekerbaar te krijgen, zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase.’
Duurzaamheid blijft de grote drijver
Ondanks alle uitdagingen verwachten beide experts dat houtbouw de komende jaren sterk blijft groeien. De belangrijkste motor daarachter is duurzaamheid. ‘Iedereen staat achter de duurzaamheidsdoelstellingen en weet dat we deze kant op moeten,’ zegt Dijkstra. ‘Wat ik positief vind, is dat partijen nu veel meer kennis delen dan vroeger. Juist rondom houtbouw zie je dat aannemers hun ervaringen actief delen.’ Ebeling Koning verwacht dat de sector de komende jaren verder zal professionaliseren. ‘Over drie tot vijf jaar is er veel meer data beschikbaar en voelt iedereen zich comfortabeler bij dit soort projecten. Houtbouw gaat zeker toenemen. Het wordt professioneler en duidelijker hoe je dit soort projecten goed en verantwoord verzekert.’
De gevleugelde uitspraak van Pippi Langkous gaat hier niet op
Op de vraag welk advies zij partijen willen meegeven die vandaag starten met een houtbouwproject, zijn beide heren eensgezind: begin op tijd met risicobeheersing en wees realistisch. ‘Betrek je verzekeringsadviseur in een zo vroeg mogelijk stadium,’ zegt Dijkstra. Ebeling Koning vult aan: ‘Vooral doen, maar bereid je goed voor.’ Daarnaast waarschuwt Dijkstra voor een té ambitieuze start. ‘Je moet een leerproces doorlopen om ervaring op te bouwen. Dat doe je het beste gedoseerd. De in Nederland zo gewaardeerde houding van Pippi Langkous met haar Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan gaat hier niet op. Oefen, leer en vervolmaak.’



