Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

Kwaliteitsborging als motor voor snellere (hout)bouw

Jeroen Pos over kwaliteitsborging en de bouw van morgen.

 

De bouwsector staat onder druk. Tekorten aan arbeid, verlies van kennis en toenemende complexiteit in regelgeving dwingen de sector tot andere keuzes. Tegelijkertijd zorgen nieuwe wetten en duurzaamheidsambities voor een fundamentele herinrichting van processen. We spraken met Jeroen Pos, Business Development Manager WKB bij Kiwa, over de impact van regelgeving, kwaliteitsborging en de kansen voor fabrieksmatige en biobased bouw.


Nieuwe regelgeving verandert het speelveld
Sinds de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het speelveld ingrijpend veranderd. Waar voorheen een vergunningsaanvraag centraal stond, ligt de nadruk nu op melding en borging. ‘Wat je ziet, is dat het systeem volledig anders is ingericht. In plaats van een traditionele vergunningsaanvraag werk je nu met een bouwmelding voor het technische deel. De aannemer geeft daarbij aan dat hij met een kwaliteitsborger werkt. De gemeente controleert alleen of de melding compleet is. Daarna kan de aannemer feitelijk al starten met bouwen.’ Die verschuiving betekent dat verantwoordelijkheid nadrukkelijker in de markt wordt gelegd. ‘Tijdens de bouw controleert de borger het proces en na de realisatiefase wordt een dossier aan het bevoegd gezag geleverd. Met de handtekening van de borger zegt de gemeente eigenlijk dat het gebouw mag in gebruik worden genomen. Dat is een fundamenteel andere rolverdeling dan we gewend waren.’


De knip in het systeem
Tegelijkertijd ontstaat er een tweedeling in de bouw. De traditionele kant heeft met de fabrieksmatige en conceptuele bouw een imposante tegenhanger gekregen. Mede dankzij sturing vanuit de overheid. ‘De ambitie is dat in 2030 vijftig procent van de bouwopgave fabrieksmatig wordt gerealiseerd. Dat heeft grote en vaak positieve gevolgen. Met certificering onder een BRL kun je als fabrikant aantonen dat je product voldoet. Gemeenten kunnen dan sneller een omgevingsvergunning afgeven. Voor de houtbouwsector is dit interessant, omdat hout in fabrieksmatige productie goed toepasbaar is. Het geeft meer zekerheid, versnelt processen en vraagt minder capaciteit van gemeenten.’ Tegelijkertijd is het systeem nog in ontwikkeling. ‘We zitten nu in een hybride fase. De overheid wil meer leunen op private borging en certificering, maar in de praktijk zijn nog niet alle processen volledig ingericht.’


De uitdagingen van de twee bouwstromen
De sector ontwikkelt zich dus langs twee duidelijke lijnen, elk met eigen vraagstukken. ‘Aan de ene kant heb je de traditionele bouw, waar risicogestuurd toetsen door kwaliteitsborgers zorgt voor meer inzicht in kwaliteit en veiligheid. Daar zie je een groeiende vraag naar procescertificering.’ Aan de andere kant staat de industriële bouw. ‘Bij fabrieksmatige bouw draait het om snelheid en herhaalbaarheid. Maar daar ontstaan ook nieuwe problemen, bijvoorbeeld bij modulaire bouw. Als houten units te lang buiten staan en daarna gesloten worden gestapeld, kan vocht niet meer ontsnappen. Dat leidt tot kwaliteitsissues.’ Dus ook biobased bouwen vraagt specifieke aandacht. ‘Plantaardige isolatiematerialen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor vocht en schimmelvorming. Dat betekent dat detaillering en opbouw van constructies cruciaal worden. Daar gaat het nog wel eens mis.’


Volgens Pos worstelen veel partijen met de aansluiting tussen innovatie en regelgeving. ‘We krijgen vaak vragen over hoe fabrikanten nieuwe producten gecertificeerd kunnen krijgen. Wij kijken hoe je kunt aansluiten op bestaande normen of wettelijke eisen.’ Testen en valideren speelt daarbij een sleutelrol. ‘Je moet materialen vooraf goed testen op bijvoorbeeld brandwerendheid en isolatiewaarde. Maar bij nieuwe materialen zijn standaard verouderingstesten niet altijd toepasbaar. Daar zoeken we nog naar de juiste methodes.’


Van ontwerp naar werkelijkheid
Een belangrijk knelpunt zit in de vertaalslag van ontwerp naar uitvoering. ‘Bij een bouwaanvraag moet je bijvoorbeeld een BENG-berekening indienen. Maar tijdens de bouw verandert er van alles. Die wijzigingen hebben invloed op de uiteindelijke prestaties van het gebouw. De vraag is hoe de berekening bij de aanvraag zich verhoudt tot de as built-situatie? Wij kunnen daarin valideren en de afwijkingen inzichtelijk maken. Dat helpt om grip te houden op prestaties en compliance.’


Toenemende druk door duurzaamheidseisen
Naast wetgeving spelen ook duurzaamheidsdoelen een steeds grotere rol. Europese en nationale ambities zorgen voor extra eisen aan materialen en prestaties. ‘Je ziet dat naast het wettelijke kader ook allerlei transities lopen: klimaatadaptief bouwen, energieneutraliteit, materialenpaspoorten en indicatoren zoals MPG en MKI. Vanuit Europa komen daar nog strengere eisen bovenop.’ Volgens Pos loopt Nederland hierin voorop. ‘Sinds het Klimaatakkoord van Parijs is duidelijk dat we naar maximaal 1,5 graad opwarming mogen. Dat vertaalt zich in convenanten zoals het Betonakkoord en initiatieven rondom houtbouw. De impact op materiaalkeuzes is enorm.’ Kiwa speelt hierin een brede rol. ‘Wij richten ons niet alleen op kwaliteitsverklaringen, maar ook op certificering van borgers, procesoptimalisatie en het ondersteunen van klanten bij LCA-berekeningen. We bieden eigenlijk een totaalpakket om aan regelgeving te voldoen.’


Naar een efficiëntere bouwketen
De rode draad is duidelijk. Minder complexiteit, meer grip en een grotere rol voor standaardisatie en certificering. ‘De sector moet slimmer gaan werken. Door digitalisering, betere processen en meer fabrieksmatige productie kun je kwaliteit verhogen en tegelijkertijd de druk op capaciteit verlagen.’ Daarmee ontstaat een beweging richting een meer voorspelbare bouwketen. ‘Uiteindelijk gaat het erom dat je van complexe, versnipperde processen naar praktische eenvoud gaat. Dat is waar we met elkaar naartoe moeten.’