'Als we blijven optimaliseren, maken we maar een marginaal verschil.'
In gesprek met Han Blom over de volgende stap in biobased bouwen.
Biobased isolatiematerialen zijn er inmiddels in allerlei soorten en maten. Toch verloopt de toepassing ervan in de bouw minder snel dan nodig is om de klimaatdoelen te halen. Volgens Han Blom, adviseur duurzaamheid en innovatie bij Heijmans, ligt dat niet aan het aanbod. De grootste uitdaging is om als sector anders te leren ontwerpen, keuzes te durven maken en samen op te schalen. 'Als we blijven optimaliseren wat we al doen, maken we uiteindelijk maar een marginaal verschil.'
Sinds vorig jaar houdt Blom zich binnen Heijmans bezig met één centrale vraag: hoe kunnen de woonproducten van het bedrijf worden uitgevoerd met materialen die beter zijn voor mens, natuur en milieu? Daarbij gaat het niet alleen om biobased oplossingen, maar ook om gerecyclede materialen en gezondere alternatieven voor bestaande producten. 'We willen schadelijke materialen uitfaseren en vervangen door materialen die een lagere milieu-impact hebben. Dat hoeft niet altijd biobased te zijn. Onze visie is heel eenvoudig: beton waar het moet, hout waar het kan. Het belangrijkste is dat je biobased niet ziet als een optimalisatie achteraf. Je moet het vanaf het eerste ontwerp meenemen. Niet als een sausje om een gebouw nog net iets duurzamer te maken.'
Die andere manier van ontwerpen is volgens hem noodzakelijk om de duurzaamheidsdoelstellingen van Heijmans te halen. 'We hebben een duidelijke ambitie om onze CO₂-uitstoot terug te dringen. Dat gaat simpelweg niet lukken met de materialen die we nu gebruiken. We zullen gebouwen opnieuw moeten ontwerpen met nieuwe materialen. Dat vinden we spannend, want sommige materialen zijn nog nauwelijks toegepast. Daarnaast spelen garanties, certificering en financiële haalbaarheid een belangrijke rol.'
Vijf afwegingskaders
Om die keuzes niet op gevoel te maken, werkt Heijmans met vijf vaste afwegingskaders. 'We kijken uiteraard naar CO₂-reductie, het aandeel biobased materiaal, het verminderen van primaire grondstoffen, watergebruik en gezonde materialen. Maar daarna begint het pas. Is het technisch haalbaar? Moeten we ons woonproduct aanpassen? Kunnen we een materiaal één-op-één vervangen of vraagt het een compleet nieuw ontwerp? Dat bepaalt ook hoe snel we iets kunnen invoeren.' Ook de financiële haalbaarheid wordt zorgvuldig afgewogen. 'Biobased materialen kunnen zorgen voor een faseverschuiving, waardoor een woning in de zomer langer koel blijft en in de winter juist langer warmte vasthoudt. Die voordelen zijn nog moeilijk in euro's uit te drukken. Daarom monitoren we onze projecten, zodat we beter inzicht krijgen in de werkelijke meerwaarde.' Tot slot spelen ook de maakbaarheid en de klantwens een belangrijke rol. 'Als een gevel door een biobased isolatiemateriaal tien tot vijftien centimeter dikker wordt, heeft dat gevolgen voor een ontwikkelaar die vierkante meters verkoopt. En als een opdrachtgever het risico te groot vindt, kunnen wij wel iets bedenken, maar dan komt het niet van de grond. Je moet de belangen van alle partijen begrijpen. Alleen dan kun je echt versnellen.'
Om die afwegingen praktisch te maken, werkt Heijmans met zogenoemde ontwikkelloops. Teams onderzoeken gedurende drie maanden welke materialen een woonconcept kunnen verduurzamen en beoordelen die langs de vijf pijlers. Daarna volgt een keuze: direct toepassen, verder ontwikkelen of eerst testen in een praktijkproject. ‘Deze gestructureerde werkwijze is nodig. Anders blijft iedereen enthousiast over biobased materialen, zonder dat ze daadwerkelijk worden toegepast.'
Eerst meten, dan opschalen
Een voorbeeld daarvan is een renovatieproject in Roosendaal, waar Heijmans bij zeventig woningen stro toepaste in dakelementen. De toepassing zelf is volgens Blom niet het einddoel, minstens zo belangrijk is wat het materiaal in de praktijk doet. 'We monitoren hoe bewoners het ervaren. Is het comfortabeler? Is er in de zomer minder koeling nodig en in de winter minder verwarming? Dat zijn effecten waarvan we vermoeden dat ze bestaan, maar die we nog onvoldoende kunnen vertalen naar euro's. Juist daarom moeten we ze meten.' Volgens Blom wordt de waarde van biobased materialen nog te vaak uitsluitend beoordeeld op de aanschafprijs, terwijl de voordelen zich ook tijdens de gebruiksfase kunnen manifesteren.
Acceptatie is misschien wel de grootste uitdaging
Opvallend genoeg ziet Blom de grootste belemmering niet in de techniek, maar in de acceptatie. 'Ik liet onze eigen timmerlieden eens verschillende nieuwe isolatiematerialen zien. De eerste reactie was: Dat ziet er anders uit, dat gaan we niet doen. Maar als je vervolgens uitlegt dat het minder jeuk veroorzaakt tijdens de verwerking en gezonder is om mee te werken, verandert het gesprek meteen. Dat geldt eigenlijk voor de hele sector. We moeten begrijpen waarom we voor een bepaald materiaal kiezen.' Dat vraagt volgens hem ook om een andere manier van samenwerken. 'Er zijn inmiddels ontzettend veel nieuwe biobased materialen beschikbaar. De uitdaging zit niet meer in het aanbod, maar in de keuze daaruit. Tegelijk proberen we als sector nog te vaak allemaal zelf het wiel uit te vinden. Dat is inefficiënt voor producenten én voor bouwers. We moeten veel meer standaardiseren en industrialiseren. Alleen dan kunnen biobased materialen echt op grote schaal worden toegepast.'
Samen impact maken
Volgens Blom is samenwerking tussen bouwers, producenten, kennisinstellingen en financiers onmisbaar om de markt verder te brengen. Daarbij kijkt hij nadrukkelijk verder dan de eigen organisatie. 'We zouden reststromen veel beter kunnen benutten en boeren een grotere rol kunnen geven als producent van bouwmaterialen. Dat is een win-winsituatie. Biobased bouwen levert niet alleen voordelen op voor het klimaat, maar ook voor de natuur, voor gebruikers van gebouwen en voor de agrarische sector. Waarom zouden we dat niet samen oppakken?' Hij beseft dat veranderingen weerstand oproepen, maar ziet juist daarin zijn rol. 'Ik ben een verbinder. Soms heb je mensen nodig die blijven vragen waarom we iets nog steeds doen zoals we het altijd deden. Dat kan irritant zijn, maar het helpt wel om beweging te creëren.' Zijn belangrijkste boodschap is daarom dat duurzaamheid niet het sluitstuk van een ontwerp mag zijn. 'Je moet je duurzaamheidsambities aan de voorkant vastleggen en daar niet meer van afwijken. Ontwerp vervolgens binnen die kaders. Als je duurzaamheid pas aan het einde van het proces meeweegt, is het ook het eerste dat sneuvelt. Dat kunnen we ons simpelweg niet meer veroorloven.'



