Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

“Het juiste materiaal op de juiste plek”

In gesprek met Menno Rubbens, directeur en projectontwikkelaar bij cepezedprojects


In gesprek met Menno Rubbens, directeur en projectontwikkelaar bij cepezedprojects, wordt al snel duidelijk dat toekomstbestendig bouwen niet alleen om biobased materialen draait, maar vooral om hoe die materialen worden ingezet. Het narratief verschuift van meer hout naar meer wijsheid. “Wij zijn minder gefocust op dat alles biobased zou moeten zijn,” zegt Rubbens. “Wat ons betreft gaat het ook om welk materiaal het meest efficiënt en nuttig kan worden toegepast.” Tegelijkertijd erkent hij de urgentie. “Als je CO₂ wilt reduceren, zeker op korte termijn, is biobased bouw een no brainer. Dat moet je gewoon zo veel mogelijk doen.”

Van hype naar hergebruik
De hype rondom houtbouw is volgens Rubbens positief -ze stimuleert innovatie en groene ambitie- maar ook verraderlijk. “We zien dat de aandacht voor houtbouw soms intelligente ontwerpprincipes verdringt. Want ook een houten gebouw komt een keer aan zijn einde. Dan wil je niet dat het hout in de oven belandt, want dan komt die opgeslagen CO₂ alsnog vrij.” De toekomst ligt volgens hem in flexibiliteit, losmaakbaarheid en verplaatsbaarheid. “Een gebouw moet niet alleen duurzaam zijn tijdens gebruik, maar ook ontworpen worden voor een tweede leven.” Een sprekend voorbeeld is het paviljoen CIRCL op de Zuidas: bijna volledig biobased, demontabel en herbruikbaar. Door LCP Circulair, een joint venture van Lagemaat en cepezedprojects, is het paviljoen gedemonteerd en wordt nu gewerkt aan hergebruik van minstens 70 % van de materialen. Ook de Tijdelijke Rechtbank Amsterdam belichaamt dat principe. Het gebouw werd in Amsterdam voor vijf jaar gebruikt, daarna zorgvuldig gedemonteerd en is inmiddels verhuisd naar Enschede. “Daarmee vermijden we naar schatting zo’n 2.000 ton CO₂-uitstoot,” vertelt Rubbens. “Onder meer omdat we geen nieuw beton of staal hoefden te produceren en de biobased gevel één op één konden hergebruiken.”

Denken in tijd
Voor Rubbens draait duurzame bouw om korte én lange termijn. “Als je nú CO₂ wilt besparen, moet je biobased materialen toepassen. Maar als je het probleem niet wilt doorschuiven naar over twintig of dertig jaar, moet je die biobased gebouwen ook adaptief en remontabel maken. Anders maak je vandaag meters, maar schiet je er op de lange termijn weinig mee op.” Die gedachte is actueler dan ooit. Veel utiliteitsgebouwen ondergaan na vijf of tien jaar al grote transformaties of worden zelfs gesloopt. “Als een gebouw zulke kleine veranderingen niet aankan, dan gaat het niet goed. Het adaptieve vermogen moet beter.”

Hout als lichtgewicht motor van verdichting
In de verdichting van de stad ziet Rubbens grote kansen voor hout. “We bouwen steeds compacter. Daarin spelen biobased materialen, juist omdat ze lichter zijn, een cruciale rol. Je kunt ermee optoppen, aanplakken of uitbuiken. Waar traditionele materialen een beperkt aantal extra bouwlagen toestaan, kun je met hout vaak meerdere lagen toevoegen.” Daarnaast biedt hout esthetische meerwaarde. “Hout is een fantastisch materiaal om nauwkeurig mee te werken. Het leent zich voor zorgvuldig gedetailleerde ontwerpen door lagere toleranties, iets wat met beton of staal minder het geval is.” Wel vraagt houtbouw om een andere ontwerpbenadering. “Akoestiek, brandveiligheid en bouwfysica vragen extra aandacht. Dat is geen probleem, maar je moet wel anders ontwerpen en detailleren.” De kennis daarvoor is er, zegt hij. “Nog niet heel breed, maar wel beschikbaar. Wie wil, kan er morgen mee beginnen.”

Van materiaaltransitie naar ontwerptransitie
De roep om biobased bouwen is inmiddels breed, maar volgens Rubbens is het minstens zo belangrijk om je te richten op een ontwerptransitie. “We moeten af van het idee dat alle gebouwen er voor eeuwig staan. De praktijk is weerbarstiger. Gebouwen moeten eenvoudiger aan te passen of te demonteren zijn, zodat de waarde die in materialen zit behouden blijft.” Dat vraagt om een systeemverandering, waarin circulariteit en ontwerpintelligentie elkaar versterken. “Het gaat er niet om of je biobased bouwt, maar of je smart biobased bouwt.”

Waarde en beleid hand in hand
Naast ontwerp pleit Rubbens ook voor een eerlijker financieel systeem. “Als we alleen in staal, baksteen en beton blijven bouwen, nemen we een voorschot op de toekomst, zeker als die materialen niet met groene energie geproduceerd worden. Wat je nu uitstoot, komt ten koste van nieuwe generaties.” Hij verwijst naar het zogeheten true pricing concept wat we zo snel mogelijk zouden moeten introduceren. Producten die veel CO₂ uitstoten, moeten duurder worden, terwijl CO₂-opslag juist financieel beloond moet worden. “Dan wordt de keuze voor CO₂-arme of CO₂-opslaande materialen vanzelf logischer.” Zo’n systeem vraagt om Europese samenwerking. “Je moet dat op Europees niveau regelen, anders krijg je concurrentieverstoringen.” Daarnaast pleit hij voor belastinghervorming waarbij arbeid goedkoper en materialen duurder worden. “In circulaire bouwprojecten is arbeid vaak de grootste post. Als je arbeid minder zwaar belast, wordt het hergebruiken van materialen meteen aantrekkelijker. Zo houd je waarde in de keten.”

Ga terug