Houtbouw vraagt om nieuwe spelregels voor brandveiligheid
Tim van der Waart over brandveiligheid, NTA 6125 en biobased isolatie
De opmars van houtbouw -en biobased materialen- vraagt om een fundamenteel andere kijk op brandveiligheid. De bestaande regelgeving is immers ontwikkeld in een tijd waarin beton en staal de norm waren. Inmiddels wordt gewerkt aan nieuwe afspraken, maar de praktijk bevindt zich nog in een overgangsfase. Volgens Tim van der Waart van Efectis is het daarom belangrijk dat ontwerpers, adviseurs en bouwers weten welke regels nu gelden én welke ontwikkelingen eraan komen.
Efectis is voor veel mensen vooral bekend als brandlaboratorium. Dat beeld klopt, maar de organisatie doet inmiddels al lange tijd veel meer dan alleen brandproeven. Naast uitgebreide testfaciliteiten beschikt Efectis over een engineering-, inspectie- en expertiseafdeling die berekeningen en brandveiligheidsconcepten maakt, regelgeving toepast en interpreteert, bestaande situaties inspecteert en beoordeelt en gelijkwaardigheidsbepalingen ten aanzien van brandveiligheid in het algemeen opstelt.
'Wij doen brandproeven op producten, materialen en constructies, vooral in ons eigen laboratorium. Daarnaast hebben we een grote engineering- en expertiseafdeling. Die houdt zich bezig met regelgeving, maakt berekeningen voor constructies, brandoverslag en ontruiming en toetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook beoordelen we of testresultaten representatief zijn voor de uiteindelijke toepassing. Daarmee vormen engineering en testing eigenlijk één geheel.'
Regels zijn niet ontwikkeld voor hout
Juist die combinatie van testen en regelgeving maakt dat Efectis nauw betrokken is bij de ontwikkelingen rond houtbouw. De afgelopen jaren ontstond steeds meer maatschappelijke en politieke aandacht voor de vraag of de bestaande brandveiligheidseisen nog wel passend zijn voor gebouwen waarin veel hout wordt toegepast. 'Er zijn zelfs Kamervragen over gesteld. Vervolgens is onderzocht waar onze huidige regelgeving eigenlijk vandaan komt en hoe die zich verhoudt tot bouwen met hout. De conclusie was duidelijk: de regels zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor gebouwen van beton en staal. Daarmee schieten ze voor houtbouw tekort in de zin dat we bij houten gebouwen niet het veiligheidsniveau krijgen dat we verwachten -en gewend zijn bij staal en beton- door simpelweg de huidige regelgeving toe te passen. Dat betekent overigens niet dat houtbouw per definitie onveilig is. Wel vraagt het materiaal om andere ontwerpkeuzes. Hout is zelf brandbaar, terwijl beton en staal dat niet zijn. Daarom verschuift de focus naar het voorkomen dat de draagconstructie en andere brandbare constructieonderdelen onderdeel worden van de brand. Daar zijn aanvullende maatregelen voor nodig.'
NTA 6125 als tussenstap
Om die leemte op te vullen is de NTA 6125 ontwikkeld. Deze Nederlandse Technische Afspraak is nog geen formele wetgeving, maar wordt inmiddels breed gebruikt als richtlijn voor projecten. 'De NTA is eigenlijk een tussenfase. Het idee is dat de relevante onderdelen uiteindelijk in het Bbl terechtkomen. Op dat moment kan de NTA weer vervallen. Tot die tijd wordt hij in projecten vaak privaat voorgeschreven en kun je hem eigenlijk niet negeren.' De eisen verschillen per gebouwtype. Daarbij staat niet het materiaal centraal, maar het risico voor gebruikers en omgeving. 'Een gebouw van één bouwlaag waarin niet wordt geslapen kent andere risico's dan een woontoren. De regels zijn altijd gericht op twee doelen: voorkomen dat mensen slachtoffer worden en voorkomen dat de omgeving schade ondervindt.'
Van der Waart vat de filosofie achter de regelgeving kernachtig samen. 'Ik zeg wel eens: iedereen heeft recht op zijn eigen fik, zolang je je buren er maar niet mee lastigvalt en iedereen veilig naar buiten kan. Of het gebouw daarna afbrandt, daar zegt het Bbl in principe niets over. Maatschappelijk vinden we de nevenschade tegenwoordig overigens wel steeds belangrijker, bijvoorbeeld door rookoverlast, milieuschade of het afsluiten dan wel ontruimen van -publieke- voorzieningen in de gebouwde omgeving.'
Bescherming van de constructie
Een belangrijk verschil met traditionele bouw is dat de constructie van houtbouw zelf uit brandbaar materiaal bestaat. Daardoor verschuift ook de aandacht in de regelgeving. 'Vroeger keek je vooral naar de brandwerendheid van bijvoorbeeld de complete wandconstructie. Nu wordt ook veel nadrukkelijker gekeken naar de beschermende werking -de zogenaamde fire protection ability- van de beplating van die wandconstructie. Die moet voorkomen dat de houten draagconstructie of biobased isolatiematerialen daarachter te snel aan brand worden blootgesteld.'
Die ontwikkeling is niet alleen zichtbaar in de NTA 6125, maar ook in de nieuwe generatie Eurocodes die momenteel wordt afgerond. 'De huidige Eurocode voor hout zegt bijvoorbeeld nog niets over CLT. In de nieuwe versie wordt daar veel uitgebreider op ingegaan, evenals de mogelijkheid om bepaalde biobased isolatiematerialen te beschouwen. Ook de beschermingswaarde van beplating krijgt veel meer aandacht. Dat sluit veel beter aan op de praktijk van moderne houtbouw.'
Discussie achter de schermen
Het ontwikkelen van nieuwe regels blijkt geen eenvoudig proces. Binnen de normcommissies zitten bijvoorbeeld leveranciers, kennisinstituten, brandweer, verzekeraars, opdrachtgevers, bouwers en adviseurs samen aan tafel. Bij voorkeur vormt deze groep een representatieve afspiegeling van de stakeholders. Dat leidt regelmatig tot stevige discussies. 'Zo'n NTA ontstaat in principe op basis van consensus. Dat betekent dat heel verschillende partijen het uiteindelijk met elkaar eens proberen te worden. Daarbij loopt de discussie soms behoorlijk hoog op. Maar juist daardoor ontstaat uiteindelijk iets dat breed gedragen wordt.'
In de praktijk merkt Van der Waart dat de NTA inmiddels steeds vaker wordt toegepast, al is de inhoud nog niet bij iedere professional bekend. 'De uitwerking komt meestal terecht bij gespecialiseerde adviseurs. Wij worden op onze beurt regelmatig gevraagd voor contra-expertise wanneer er discussie ontstaat over de interpretatie van de nieuwe regels. Dat is logisch, bij nieuwe regelgeving moet de praktijk altijd even zijn weg vinden.'
Ook biobased isolatie vraagt nieuwe kennis
Niet alleen houtconstructies vragen om nieuwe inzichten. Ook biobased isolatiematerialen krijgen steeds meer aandacht. Efectis voerde hiervoor omvangrijk onderzoek uit binnen het programma van Building Balance. 'De vraag was of je het traditionele isolatiemateriaal glaswol veilig kunt vervangen door biobased alternatieven zonder dat de brandwerendheid van de wand negatief wordt beïnvloed. Daar hebben we veel brandproeven voor uitgevoerd.' De opgedane kennis vindt inmiddels zijn weg naar de volgende generatie normen. 'Wat we in Nederland hebben onderzocht aan houtvezel, cellulose en andere biobased isolatiematerialen is inmiddels ook gedeeld met de Europese commissies die werken aan de nieuwe Eurocodes. Daarmee leveren Nederlandse onderzoeksresultaten direct een bijdrage aan de toekomstige Europese regelgeving.'
Volgens Van der Waart bevindt biobased isolatie zich ongeveer in dezelfde ontwikkeling als houtbouw enkele jaren geleden. 'Voor houtbouw hebben we inmiddels de NTA 6125. Voor biobased isolatiematerialen zitten we nog iets eerder in het proces. De kennis is er inmiddels, de volgende stap is om die ook vast te leggen in afspraken en uiteindelijk in regelgeving. Daarmee ontstaat voor de hele sector meer duidelijkheid én meer vertrouwen in de toepassing van deze materialen.'



