Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

GRATIS toegang
voor professionals:
nog dagen
Registreer HIER!
sluiten X

Hybride bouwen vraagt om bouwfysische scherpte

Saskia Hegeman vertelt waarom materiaalgedrag en bouwfysica cruciaal zijn bij het combineren van hout, staal en beton

 

Hybride bouwen –de combinatie van hout met staal en/of beton– is bezig aan een stevige opmars. Toch vraagt die materiaalcombinatie om een andere manier van denken, stelt Saskia Hegeman. ‘We hebben het veel over brandveiligheid, akoestiek en comfort. Maar ook materiaalgedrag en het maken van materiaalcombinaties, is een onderdeel van de bouwfysica. Wat er bouwfysisch gebeurt als je hout combineert met staal of beton, krijgt nog te weinig aandacht.’

Volgens Hegeman is hybride bouwen geen nieuw fenomeen. ‘We maken al decennia gebouwen met meerdere materialen. Alleen was beton jarenlang zo dominant dat we nauwelijks vragen stelden. Dat hoefde ook niet, iedereen wist wat hij moest doen.’ Nu hout steeds vaker constructief wordt ingezet, verschuift dat speelveld. ‘Ik ben zelf opgeleid in de wereld van staal en beton. Hout zat niet in de constructievakken. Dat hout onderdeel wordt van de constructie, maakt dat kennis over materiaalgedrag ineens cruciaal wordt.’

Materiaalgedrag is geen detail
Die kennis begint bij basiseigenschappen. ‘Hout kent een bepaalde zuurgraad. In combinatie met staal kan dat corrosie veroorzaken. Dat gaat niet vanzelf goed, maar vraagt om zorgvuldige detaillering.’ Ook de uitvoeringsfase vraagt aandacht. ‘Natte bouw en hout gaan niet vanzelf samen. Als beton wordt gestort terwijl hout al aanwezig is, moet je de vochtbeheersing goed organiseren. Technische kennis wordt tegelijkertijd steeds specialistischer en daarmee minder toegankelijk. En architecten hebben die kennis juist nodig om houtbouw tot ontwerpfilosofie te maken.’ Initiatieven als Building Balance en Built by Nature bundelen die kennis en maken het toegankelijk. ‘Dat is belangrijk. We moeten niet pas leren als het misgaat. De tijd dat we op basis van schade- en klachtenonderzoeken handelden, moet nu voorbij zijn.’

Techniek als kans
Het combineren van materialen helpt om prestaties te verbeteren. ‘Met slim aangebrachte massa of onbrandbare materialen kun je sommige aspecten juist beter beheersen.’ Hegeman noemt laagfrequent geluid als voorbeeld. ‘Regelgeving kijkt daar nauwelijks naar en dat is ergens logisch, want in zware betonnen gebouwen is dat type geluid eigenlijk nooit een probleem. In lichte houten gebouwen daarentegen kunnen lage tonen echt een draak zijn. Maar omdat het buiten de norm valt -want in beton was het geen issue- werd het vaak niet meegenomen. Terwijl klachten laten zien dat het wel degelijk speelt.’ Een relatief eenvoudige ingreep kan al verschil maken. ‘Iets meer massa in een dekvloer kan helpen. Maar goed, dat is extra en dus spelen ook andere projectbelangen een rol. Die discussie kan al in de initiatieffase beslecht worden, namelijk door (laagfrequente) akoestische kwaliteit expliciet mee te nemen in het programma van eisen.’

Geen dogma
Hegeman is uitgesproken over de koers van de sector. ‘Bouwen in hout mag geen doel op zich zijn. Ik ben juist voor hybride bouwen. Je hebt soms gewoon verschillende materialen nodig om het beste gebouw te maken.’ Ze waarschuwt voor een te ideologische benadering. ‘Als je duurzaam bouwen gelijkstelt aan volledig bouwen in hout en het hout overal zichtbaar wilt houden, creëer je nieuwe problemen. Brandveiligheid, geluid encomfort zijn reële vraagstukken.’ De kracht zit volgens haar in balans. ‘Maak gebruik van de inherente eigenschappen van materialen. Hout waar het kan, andere materialen waar het technisch verstandig is.’

Ontwerpen vanuit hout
Wie hout serieus neemt, moet het ook in het ontwerp centraal stellen. ‘Til houtbouw op tot ontwerpfilosofie. Niet als een laag die je er later overheen legt, maar als uitgangspunt.’ Ze wijst op de gevel als voorbeeld. ‘Als je weet dat een houten gebouw gevoeliger is voor opwarming, kun je met architectonische ingrepen oplossingen realiseren. Denk aan diepere gevelopeningen, lamellen of balkons die de hoge zomerzon weren maar winterzon toelaten. Dan pak je het probleem bij de bron aan.’ En zelfs dan: in de praktijk bouwen wat je elkaar in getallen hebt beloofd, dat is een vak op zichzelf. Een goed ontwerp is één zijde van de medaille, kwaliteit op de bouwplaats beheersen is nét zo belangrijk.

Volgens Hegeman ligt daar ook een verantwoordelijkheid bij de vastgoedsector.  Technische dilemma’s kunnen namelijk imagorisico’s worden. Als een gebouw structureel te warm wordt of geluidsoverlast geeft, schaadt dat het vertrouwen in houtbouw en raakt dat aan contractuele verplichtingen naar kopers of huurders.’ Haar conclusie is helder: ‘Hybride bouwen is geen compromis, maar een kans. Mits je materiaalgedrag serieus neemt, slim combineert en zorgvuldig detailleert én uitvoert. Alleen dan wordt houtbouw een volwassen oplossing.’

Ga terug