Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

Stro verdient een grotere rol in houtbouw

In gesprek met Filipe Duijf over de kansen én drempels van isoleren met stro.

Foto: Lots of Lieke

Wie isoleren met stro zegt, krijgt meestal direct de vraag of dat wel veilig is. Volgens Filipe Duijf van BioBlow zegt die reactie vooral iets over hoe onbekend het materiaal nog is, terwijl de techniek inmiddels ver is doorontwikkeld. Niet alleen van het materiaal zelf, maar ook de manier waarop het wordt verwerkt. ‘Alleen nog niet iedereen beheerst de techniek. Veel bedrijven verwerken stro nog met de hand. Wij blazen het geautomatiseerd in met een inblaasmachine. Daardoor krijg je een homogene, kierloze vulling en kun je veel constanter werken.'


Juist voor houtbouw ziet Duijf grote kansen. De combinatie van een dampopen constructie, een lage milieubelasting en een snelle verwerking sluit goed aan bij de ambities van de sector. Toch verloopt de opschaling minder snel dan hij had gehoopt. Niet omdat de techniek tekortschiet, maar omdat de markt nog sterk vasthoudt aan vertrouwde oplossingen.

Misverstanden over brandveiligheid
Brandveiligheid blijft volgens Duijf het eerste onderwerp dat ter sprake komt in het gesprek over de veiligheid van het materiaal. Ten onrechte, vindt hij. 'Mensen denken meteen aan een baal stro die in brand vliegt. Maar dat is totaal iets anders. Wij blazen het stro onder hoge dichtheid in de constructie. Daardoor wordt zuurstof verdrongen en krijgt brand nauwelijks kans om zich te ontwikkelen. Je creëert juist een brandwerende schil.' Ook andere vooroordelen komen regelmatig terug. Zo zouden muizen dol zijn op stro. 'Dat klopt alleen als er nog resten van de graankorrel in zitten. Wij verwijderen alle sporen van de vrucht. Dan is er voor ongedierte niets interessants meer over.' Daarnaast heeft stro eigenschappen die juist goed passen bij moderne houtbouwconstructies. De natuurlijke vezels zijn dampopen en kunnen vocht opnemen en weer afgeven zonder hun isolerende werking te verliezen. Dat draagt bij aan een gezond binnenklimaat en beperkt de kans op vochtproblemen.

Meer dan alleen een duurzaam alternatief
Volgens Duijf wordt biobased isolatie nog te vaak uitsluitend vanuit duurzaamheid bekeken. Terwijl de technische prestaties minstens zo relevant zijn. 'Stro is een natuurlijk product met heel veel pluspunten. Het blijft probleemloos meer dan honderd jaar in een constructie zitten. Bij sloop hoef je het bovendien niet als problematisch afval af te voeren. Je kunt het gewoon terugbrengen in de biologische kringloop.' Daar komt nog een belangrijk voordeel bij. Stro legt tijdens de groei CO₂ vast en slaat die gedurende de levensduur van het gebouw op. Daarmee levert het een negatieve CO₂-bijdrage en helpt het projecten eenvoudiger te voldoen aan de steeds strengere milieueisen, zoals de aanscherping van de MPG. Bovendien bestaat het product volledig uit een reststroom van de graanteelt en wordt het regionaal ingekocht en verwerkt, waardoor ook de transportimpact beperkt blijft.

De techniek is er, de vakmensen ontbreken
Waar de grootste uitdaging ligt? Niet bij opdrachtgevers, zegt Duijf. 'De particuliere klant wil vaak wel. Die ziet de voordelen. Maar degene die het uiteindelijk moet toepassen, beschikt lang niet altijd over de kennis. Wij kunnen natuurlijk niet heel Nederland zelf isoleren. Daarom zijn aannemers ontzettend belangrijk.' BioBlow investeert daarom in opleiding en begeleiding. Toch blijkt dat in de praktijk lastig vol te houden. 'Het personeelsverloop in de bouw is hoog. Daardoor blijf je eigenlijk opnieuw beginnen. Als we echt willen opschalen, moet de kennis over biobased isoleren veel breder beschikbaar worden.'

Marktwerking remt de groei
Dat biobased isoleren steeds meer aandacht krijgt, ziet Duijf dagelijks. Toch vertaalt die belangstelling zich nog niet automatisch in marktaandeel.  'Veel mensen denken nog steeds dat stro veel duurder is. Dat valt in de praktijk reuze mee.' Toch ontstaat er volgens hem een ongelijk speelveld. Grote aanbieders van traditionele isolatiematerialen profiteren van langdurige inkoopcontracten en schaalvoordelen. Ook subsidies pakken volgens hem niet altijd uit zoals bedoeld. 'Er is extra subsidie voor biobased isoleren, maar daar merken wij verrassend weinig van. De meeste aanvragen gaan nog altijd naar fossiele oplossingen. Veel bedrijven blijven doen wat ze altijd al deden. Die routine doorbreken kost tijd.'

Leren van het buitenland
Juist in de wet- en regelgeving ziet Duijf mogelijkheden om de markt sneller in beweging te krijgen. Hij wijst daarbij naar landen als Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk. 'In Nederland zijn we ontzettend goed in productontwikkeling. Maar van de wetgeving in de landen om ons heen kunnen we nog veel leren. Daar kijken ze veel nadrukkelijker naar de volledige levenscyclus van materialen.' In verschillende landen blijven eigenaren bovendien langer verantwoordelijk voor de kwaliteit van een gebouw en liggen de kosten voor afvalverwerking aanzienlijk hoger. Dat stimuleert volgens hem vanzelf de keuze voor circulaire materialen. 'Daardoor wordt veel bewuster gekeken naar wat je toepast en wat er uiteindelijk met dat materiaal gebeurt. In Nederland zijn we nog te veel een wegwerpmaatschappij.'

Ondanks de uitdagingen is Duijf optimistisch. De vraag groeit, de techniek is volwassen en de voordelen sluiten steeds beter aan bij de ambities van de houtbouwsector. 'Biobased isoleren gaat absoluut een vlucht nemen. Daar ben ik van overtuigd. De grootste kansen liggen nu niet meer in de ontwikkeling van het materiaal, maar in de toepassing ervan. Wanneer meer bouwers ermee leren werken en de regelgeving meebeweegt, kan het heel snel gaan.'