Van pionieren naar opschalen, hoe Amsterdam houtbouw volwassen ziet worden
Marlene Rienstra verteld over de volgende fase van houtbouw.
Houtbouw wordt vaak gepresenteerd als dé bouwmethode van de toekomst. Maar hoe maak je de stap van ambitieuze pilots naar grootschalige toepassing? En hoe stimuleer je als gemeente een ontwikkeling die nog volop in beweging is, zonder die met regels dicht te timmeren?
Volgens Marlene Rienstra, opdrachtgever gebiedsontwikkeling Oost & Weesp bij Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam, ligt het antwoord in samenwerking, kennisdeling en de bereidheid om te leren. Tijdens HOUTBOUW 2026 vertelde zij hoe Amsterdam samen met marktpartijen werkt aan de volgende fase van houtbouw.
Geen hobby van Amsterdam
'Het Houtbouw Pact dat we in de Metropoolregio Amsterdam hebben ondertekend, is niet de hobby van de gemeente Amsterdam', zegt Rienstra. 'Het is ondertekend door gemeenten, ontwikkelaars, beleggers, adviseurs en architecten. We hebben met elkaar afgesproken dat we in 2030 minimaal twintig procent van de nieuwbouwproductie in houtbouw te realiseren.' Voor Amsterdam is die ambitie geen verplichting die van bovenaf wordt opgelegd. De gemeente kiest er bewust voor om houtbouw niet af te dwingen. 'Vanuit het Rijk wordt gemeenten gevraagd vanwege de enorme woningopgave geen bovenwettelijke eisen te stellen. Daar houden we ons aan. Wij leggen die eisen dus ook niet op, maar in onze tenders kun je wel punten scoren op duurzaamheidsambities. Houtbouw is één van de manieren waarop partijen daar invulling aan kunnen geven.' Wie kiest voor een andere aanpak, kan nog steeds winnen. 'Als je het niet doet, is dat ook goed. Je kunt nog steeds goed scoren op andere onderdelen. Maar we dagen partijen wel uit om na te denken over duurzaamheid. Het is duidelijk dat de markt dat helemaal niet erg vindt. Ook bouwers en beleggers zien daar steeds meer de waarde van in.'
Strandeiland als leeromgeving
Een van de plekken waar die aanpak zichtbaar wordt, is Strandeiland op IJburg. Op deze nieuwe stadsuitbreiding schrijft de gemeente tenders uit voor bouwkavels. 'Daar zie je dat duurzaamheidscriteria leiden tot veel houtbouwinschrijvingen. Niet omdat wij zeggen dat het moet, maar omdat partijen zelf kansen zien. Houtbouw kan bijdragen aan CO₂-reductie en ontwikkelaars nemen dat mee in hun plannen.' De praktijk levert tegelijkertijd waardevolle lessen op. 'We leren van houtbouwers wat wij anders moeten doen. Denk aan het aanpassen van de vorm van een kavel. Houtbouw vraagt om andere uitgangspunten dan traditionele bouw. Dat begint al bij het stedenbouwkundig plan.'
Tot en met zes lagen gaat het eigenlijk heel goed
'Projecten tot en met zes lagen gaan in verhouding heel makkelijk. De garantiestelling vormt daar geen probleem. Dat betekent dat je met deze middenhoogbouw in een groot deel van Nederland prima uit de voeten kunt. De kennis groeit ontzettend snel. Het is heel gaaf om te zien wat partijen met elkaar kunnen bedenken.' De grootste vraagstukken ontstaan zodra gebouwen hoger worden. 'In Amsterdam bouwen we in hoge dichtheden. Dan heb je het niet meer over grondgebonden woningen of zes lagen, maar over torens van vijftien tot twintig verdiepingen. Daar spelen andere vraagstukken op het gebied van constructie, kosten en verzekeringen.' Met name de garantiestelling zorgt momenteel voor vertraging. 'Bedrijven die koopwoningen realiseren, hebben garanties nodig. Die garantiestelling is even op de rem getrapt. Dat is ook logisch. De ontwikkeling gaat ontzettend snel en dan wil je zeker weten dat alle risico's goed in beeld zijn.' Ook partijen die garanties afgeven, bevinden zich volgens Rienstra in een leerproces. 'SWK heeft ons gevraagd hoe wij tenders uitvragen, wat we van partijen ontvangen en waar we tegenaan lopen. Ook zij zijn aan het leren. We maken met elkaar een enorme leercurve door.' Dat Amsterdam daarbij tegen de eerste obstakels aanloopt, neemt zij voor lief. 'Wij hebben omarmd dat we de stad zijn die de kinderziektes tegenkomt. Als wij de eerste zijn die ergens tegenaan lopen, dan is dat maar zo. Het is juist heel gaaf om deze ontwikkeling samen door te maken.'
Van pionieren naar standaardiseren
Juist die gezamenlijke leercurve wordt steeds vaker vertaald naar praktische hulpmiddelen voor de sector. Zo werken partijen binnen en buiten Nederland aan handreikingen die opdrachtgevers, ontwikkelaars en ontwerpteams helpen om houtbouw integraal te benaderen. 'Je kunt houtbouw niet op dezelfde manier organiseren als een traditioneel bouwproject', zegt Rienstra. 'Het moet vanaf dag één anders.' Volgens haar vraagt dat om een andere manier van denken en samenwerken. 'Dat betekent dat wij stedenbouwkundige plannen anders moeten opstellen en tenders anders moeten uitvragen. Inschrijvers moeten meteen bedenken hoe ze het gaan realiseren.' De klassieke aanpak werkt daarbij steeds minder goed. 'Vroeger bedacht je een mooi concept met rooskleurige plaatjes en veranderde je onderweg nog van alles. Bij houtbouw gaat dat niet op. Dat besef begint langzaam te komen.' Organisaties als Built by Nature helpen om die kennis vast te leggen en breder beschikbaar te maken. Door lessen uit de praktijk te bundelen in handreikingen en hulpmiddelen, wordt het voor nieuwe partijen eenvoudiger om aan te sluiten. Wat vandaag nog pionieren lijkt, kan daardoor uitgroeien tot een nieuwe standaard.
Samen leren
Rienstra verwacht dat ook voor hogere gebouwen de volgende stappen snel gezet zullen worden. 'Ik verwacht dat we binnen nu en een jaar weer een flinke stap kunnen zetten. Vijftien tot twintig etages in houtbouw zie ik zeker gebeuren. In Rotterdam willen ze nog hoger. Als het hen lukt, kunnen wij daarvan leren. Laat iedereen vooral de grenzen opzoeken.' Daarmee raakt ze volgens eigen zeggen de kern van de opgave. 'Ieder voor zich heeft de oplossing niet. Vanuit de overheid kunnen wij het niet alleen bedenken. Daar hebben we bouwers, constructeurs, ontwikkelaars en verzekeraars voor nodig.'
Misschien is dat wel de belangrijkste les uit de Amsterdamse praktijk. Houtbouw wordt volwassen doordat partijen bereid zijn hun ervaringen te delen, samen risico's te onderzoeken en van elkaars successen én missers te leren. Niet ondanks de kinderziektes, maar juist dankzij die gezamenlijke leercurve krijgt de transitie naar houtbouw vorm.



