Vliegschaamte? Wat denk je van beton- en staalschaamte?
In gesprek met Jurrian Knijtijzer over seriematige houtbouw als antwoord op de woningbouwopgave.
De woningbouwopgave vraagt om snelheid, schaalbaarheid en een lagere milieu-impact. Juist daarom groeit de belangstelling voor seriematige houtbouw. Maar hoe zorg je ervoor dat een project niet alleen in theorie efficiënt is, maar ook daadwerkelijk seriematig geproduceerd en gerealiseerd kan worden? Volgens Jurrian Knijtijzer, oprichter van Finch Buildings, begint dat veel eerder dan op de bouwplaats.
Finch Buildings is momenteel betrokken bij Project Pasteur in Haarlem, waar 84 verouderde woningen plaatsmaken voor 179 nieuwe huurwoningen. Het project is het grootste modulaire houtbouwproject van Nederland. In totaal worden 322 houten modules toegepast, waarvan 158 woningen volledig in massief hout worden gerealiseerd. Knijtijzer vertelt dat Finch Buildings al in een vroeg stadium bij het project werd betrokken. ‘De woningcorporatie had zichzelf als doel gesteld om te onderzoeken of dit project ook in hout gerealiseerd kon worden. Wij hebben die selectie gewonnen en zijn daardoor al bij het voorlopige ontwerp aan tafel gekomen. Dat vroege moment is essentieel. Seriematig bouwen begint namelijk niet in de fabriek, maar aan de tekentafel.’
Waar traditionele bouw vaak uitgaat van een ontwerp dat vervolgens uitvoerbaar wordt gemaakt, draait Finch Buildings het proces om. Het bouwsysteem vormt het vertrekpunt. ‘Ons werk bestaat eruit dat we in een heel vroeg stadium weten wat er gemaakt moet worden. We maken de maatspecificaties voor de fabriek en zorgen dat iedereen weet wat hij moet doen, wanneer en hoe. Daardoor kun je enorm versnellen. Maar dat betekent ook dat je eerder keuzes moet maken.’
Een andere manier van bouwen
De grootste verschillen met traditionele bouw zitten volgens Knijtijzer niet alleen in het materiaalgebruik, maar vooral in de productiemethode. ‘Natuurlijk bouwen wij met hout in plaats van beton, staal en aluminium. Maar minstens zo belangrijk is dat de woningen vrijwel volledig in de fabriek worden gemaakt. Ze verlaten de fabriek met badkamer en keuken. Op de bouwplaats hoeven de modules alleen nog te worden geplaatst en gekoppeld.’ Die aanpak zorgt voor een aanzienlijk kortere bouwtijd. Bij Project Pasteur lopen werkzaamheden in de fabriek en op de bouwplaats parallel. Terwijl de fundering en plint worden gerealiseerd, worden elders de woningen geproduceerd. ‘Daardoor kun je veel sneller woningen opleveren. Van ontwerp tot oplevering spreken we hier over ongeveer drie jaar. Dat is voor een project van deze omvang bijzonder snel.’
Daarnaast ziet Knijtijzer een belangrijke duurzaamheidswinst. ‘De traditionele bouwsector is verantwoordelijk voor een enorm deel van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Cement en staal zijn ieder verantwoordelijk voor 8% van de wereldwijde CO2-uitstoot. We hebben de mond vol van vliegschaamte, maar nu je dit weet, snap je toch dat we vooral beton- en staalschaamte moeten ervaren? Met hout slaan we juist CO₂ op in het gebouw. Bij Project Pasteur gaat het om ruim 1.600 ton opgeslagen CO₂. Daarmee realiseren we niet alleen woningen, maar dragen we ook actief bij aan klimaatdoelen.’
Faalkosten zijn geen natuurwet
Wanneer het gaat over de voordelen van seriematig bouwen, wijst Knijtijzer op iets wat volgens hem vaak als vanzelfsprekend wordt gezien.
‘Een van de grootste easy wins is het terugdringen van faalkosten. In de traditionele bouw vinden we het normaal dat er tijdens het proces nog wijzigingen plaatsvinden. Maar eigenlijk is dat helemaal niet normaal. Het kost tijd, geld en materiaal.’ Omdat de productie grotendeels in de fabriek plaatsvindt, moeten keuzes eerder worden gemaakt. ‘Dat vraagt discipline van alle betrokken partijen. Maar als je dat goed organiseert, ontstaat er veel meer voorspelbaarheid. Het hele proces wordt efficiënter.’ Ook de werkomstandigheden verbeteren. ‘We vinden het al jaren normaal om gebouwen buiten, in regen en kou, in elkaar te zetten. Terwijl je een groot deel van dat werk ook gecontroleerd in een fabriek kunt uitvoeren. Dat levert voordelen op voor kwaliteit, planning én veiligheid.’
Schaal maken met hout
Een veelgehoorde vraag binnen de sector is of modulaire houtbouw ook op grote schaal toepasbaar is. Volgens Knijtijzer bewijst Project Pasteur dat dit kan. ‘Met dit project laten we zien dat modulaire houtbouw niet beperkt is tot kleine experimenten. We hebben aangetoond dat je ook op wijkniveau kunt opschalen. Dit is geen pilot meer, maar een bewezen aanpak. Aanvankelijk lag de focus vooral op lagere energielasten. Maar tijdens het project werden ook de voordelen van CO₂-opslag, een lagere milieubelasting en een hogere bouwsnelheid steeds duidelijker. Ook verliep het plaatsen van de modules soepel en laat het project zien dat een modulair gebouw niet hoeft te ogen als traditionele modulebouw. En uiteindelijk profiteren bewoners van een gezond en comfortabel woongebouw.’
Uitdagingen blijven bestaan
Dat betekent niet dat alle obstakels verdwenen zijn. Vooral bij gestapelde houtbouw vraagt de techniek om specifieke kennis. ‘Akoestiek blijft een belangrijk aandachtspunt. Hetzelfde geldt voor brandveiligheid. Dat zijn onderwerpen waar wij al twaalf jaar ervaring mee hebben opgebouwd.’ Recent behaalde Finch Buildings bij een onafhankelijke brandtest van een vloerconstructie een brandwerendheid van meer dan 132 minuten. ‘Na 132 minuten hebben we de test stopgezet, terwijl de constructie nog steeds voldeed. Dat laat zien hoe ver de techniek inmiddels ontwikkeld is.’ Ook vochtbeheersing vraagt aandacht. ‘Wij zorgen ervoor dat onze modules wind- en waterdicht op de bouwplaats arriveren. Daardoor beperken we risico’s tijdens de uitvoering aanzienlijk.’
De grootste uitdaging zit tussen de oren
Toch ligt volgens Knijtijzer de belangrijkste uitdaging niet in de techniek, maar in de cultuur van de bouwsector. ‘We zijn deze manier van werken nog niet gewend. Nieuwe oplossingen moeten vaak tien keer beter zijn dan bestaande methoden voordat ze worden geaccepteerd.’ Daarnaast ziet hij een bredere systeemvraag. ‘Stel dat wij 500 studentenwoningen een jaar eerder kunnen opleveren dan met een traditionele aanpak. Dan creëer je feitelijk 500 extra woonjaren voor de samenleving. Maar die maatschappelijke waarde zie je nauwelijks terug in de financiële beoordeling van projecten.’ Volgens hem vraagt de verdere opschaling van seriematige houtbouw daarom om een andere manier van denken. ‘De techniek is er. De ervaring is er. Nu moeten we vooral anders leren waarderen. Als we snelheid, CO₂-reductie en maatschappelijke impact echt meewegen, dan kan seriematige houtbouw een veel grotere rol gaan spelen in de woningbouw van morgen.’
Dit is een eerste versie. Ik heb de informatie uit het interview gecombineerd met de projectgegevens van Pasteur en de nadruk gelegd op de gevraagde thema's: seriematigheid, uitvoerbaarheid, efficiency, struikelblokken en schaalbaarheid. Ik zou hem voor publicatie nog wel even door Jurrian/Janneke laten factchecken, met name de cijfers rond CO₂-opslag en de formulering van de brandtest.
Fotocredits: Eran Oppenheimer.



